Docent over Graham

Susanne van den Berg

‘Ik hou van een fysieke uitdaging, van het leren van een danstechniek met een duidelijke opbouw en syllabus. De aardse bewegingen en de grote emotionele zeggingskracht van Graham passen bij mijn lichaam en bij mijn persoonlijkheid, meer nog dan de klassieke ballettechniek of andere moderne dansvormen, die ik ook graag beoefen.

susanne kleur

De eigenzinnigheid van Martha Graham en de grote waarde van haar prachtige choreografieën en heldere danstechniek voor de geschiedenis van de moderne dans is voor mij een grote inspiratiebron en reden om de lessen zo zuiver mogelijk te geven. Ik geniet enorm als mijn leerlingen hetzelfde moment van voldoening bereiken in ‘mijn’ techniek als ik.
Iedere Grahamles heeft elementen die ervoor zorgen dat de techniek herkenbaar is, bijvoorbeeld Grahambewegingen als ‘contraction, ‘release’, de ‘spiral’, en de ‘falls’, en ook het hoekige en het emotionele van Grahamdans. Iedere docent die bij Graham zelf heeft gedanst en les van haar heeft gehad, heeft een eigen stijl van lesgeven, onder invloed van de kenmerken van de periode waarin zij bij Martha Graham dansten, maar ook van hun eigen voorkeuren en ontwikkeling. Ook Martha Graham heeft een ontwikkeling gekend, die te maken had met het verloop van haar leven: na een hoekige periode kwam een rondere, meer lyrische tijd.
Ik vind het bewegingsmateriaal uit de Grahamsyllabus een uitdaging. Er is wel materiaal waar ik minder aandacht aan besteed, bijvoorbeeld omdat het erg moeilijk is of omdat de docenten van wie ik les heb gehad, het niet in hun lessen verwerkten, waardoor het voor mij lastig is het me eigen te maken en door te geven. Of ik mijn leerlingen bepaalde stof aanleer, heeft vooral met het niveau van de lessen te maken. Iemand in Graham 4 (het hoogste niveau dat op het Danscentrum Utrecht wordt gegeven) weet bijvoorbeeld hoe een vierde positie in Graham moet worden uitgevoerd met zijn of haar fysieke mogelijkheden. Vanuit dat begrip van de basisposities wordt het materiaal uitgebreid en ontstaan moeilijker combinaties.
In de lessen op beginniveau maak ik nog wel eens gebruik van bewegingen die misschien niet uit de Grahamtechniek komen maar die wel het dansgevoel op dat moment ondersteunen of van waaruit ik het gevoel voor de techniek kan verduidelijken, bijvoorbeeld door een tegenstelling te benadrukken.
Ik neem de vrijheid om mijn lessen zodanig op te bouwen en in te vullen dat de mensen in een bepaalde periode, met maar één les per week, Graham gaan begrijpen en zo in de bewegingen kunnen duiken dat ze ervaren dat ze dansen, met aandacht voor de techniek en de uitvoering.’